Slecht voorbeeld ouders speelt kinderen parten

Opvallend vaak komen kinderen van ouders met schulden later zelf in geldproblemen. Om dat te voorkomen, moeten scholen veel meer lesgeven over geld, vindt het Nibud. ,,Laat kinderen in de rekenles uitrekenen wat een mobieltje op afbetaling écht kost.”

Gwendolyn Caminada had op school graag geleerd hoe ze goed met haar geld moet omgaan. Want thuis kreeg ze dat niet echt mee. Caminada had al jong door dat haar alleenstaande moeder in de schulden zat. ,,Ik zag hoeveel moeite ze had om eten op tafel te krijgen. Soms zat zij achter een leeg bord zodat ik kon eten. Of we aten geroosterd oud brood omdat er verder niets in huis was.”

Door de schulden van haar moeder voelde Caminada zich een buitenbeentje. ,,Ik kon soms niet mee met schoolreisjes en droeg vaak van die oude vestjes.” Nu ze zelf 27 jaar is, zijn haar schulden ook hoog opgelopen, terwijl ze zich zo had voorgenomen om het anders, beter te doen dan haar moeder. Lees hier de rest van dit artikel in het AD meer.

 

Werken en toch arm

Jutta Chorus, NRC 

Op de wc-deur van de trein uit Den Haag staat een wanhoopskreet in trage woorden. „Hoeveel economische crisissen totdat we zeggen: genoeg?” De schrijver moet net als ik in de keurige coupé gezeten hebben tussen de laptops en de mooie tassen. Onderweg in armoede.

Op zoek naar werkende armen en je struikelt erover. Dinsdag berekende het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting dat twee op de drie bedrijven werknemers met schulden hebben. Ze raken in een echtscheiding, verliezen hun baan, vinden nieuwe korte baantjes, verzorgen een zieke partner. Gewone mensen met gewone banen.

Een paar maanden geleden was ik in de ‘financiële salon’ van welzijnsorganisatie ABC Alliantie in Amsterdam-West. Daar kampt ruwweg een kwart van de bewoners met schulden. Somber stemmende stapels papieren, tientallen mensen in donkere winterjassen, vooral bijstandstrekkers.

Dinsdagmiddag vind ik hier werkende armen. Een schoonmaker met een nulurencontract, een medewerker van een callcenter, een verzorgster van demente bejaarden. ABC Alliantie maakt onderscheid tussen schuldenaren: de grootste groep heeft „overlevingsschulden”. Huurachterstand, zorgkosten, belastingschuld. Een kleiner deel heeft luxe schulden: persoonlijke leningen, doorlopend krediet, de levensstijl van voor de kredietcrisis. „Ze hebben te gemakkelijk geld geleend.”

De verzorgster draagt goudkleurige sandaaltjes. Ze laat me in haar dossier kijken. Hbo-diploma pedagogiek, arbeidsovereenkomst met een ROC waar ze jaren les gaf. „Ik was toen een luxe schuldenaar”, zegt ze lachend. „Maar zulke schulden kun je dragen tot er iets misgaat.” Vijf jaar geleden begon de „downfall”, zegt ze. Na een bezuinigingsronde vertrok ze als senior trajectbegeleider naar de verslavingszorg. Daar werd haar contract niet verlengd.

In haar dossier stapelen de aanmaningen zich op. Ze begon aan een opleiding verzorgster en werd vorig najaar aangenomen in een verzorgingstehuis. Inmiddels heeft de Belastingdienst beslag gelegd op een derde van haar maandloon. Van de spanning heeft ze zich een paar keer ziek gemeld, waarop haar werkgever haar op het matje riep. „Je werkt je kapot en je weet niet hoe je eruit komt”, zegt ze.

De schuldeiser is onwrikbaar, de stad is onverbiddelijk. De hoge huren en hypotheken, de schuldenaren klagen erover. Ze worden de stad uitgeyupt. Thuiszorgorganisaties, postbedrijf, zorgkoepels: ze leveren zulke goedkope waar dat ze op gewone banen beknibbelen. Vroeger betekende baangarantie ook inkomensgarantie. Nu is het niet langer een garantie voor een fatsoenlijk inkomen. Wanneer biedt een vaste baan weer de zekerheid om je toekomst op te bouwen?

Meedoen, samen uit de armoede!

Het Oranjefonds heeft een groot programma ontwikkeld onder de titel ‘Meedoen, samen uit de armoede!‘. Met het programma wil dit fonds bevorderen dat mensen in armoede meer deelnemen aan onze samenleving. Aan het eind van de programmaperiode dienen de deelnemende sociale initiatieven beter toegerust te zijn en meer mensen te hebben bereikt.

Daartoe ondersteunt het Oranjefonds deze initiatieven met geld, coaching, trainingen en zichtbaarheid. Daarnaast stelt het vier jaar financiering beschikbaar. Het programma is bedoeld voor bestaande initiatieven die met behulp van vrijwilligers zich vooral richten op het aanpakken van de oorzaken van armoede. Projecten die inzetten op het verzachten van de gevolgen van armoede (noodhulp, voedselpakketten, e.d.) kunnen terecht in de reguliere aanvragenprocedure van het Oranjefonds.

Aanmelding

Uitgebreide informatie en een aanmeldformulier vindt u op oranjefonds.nl/meedoen. Deadline voor aanmelding voor het programma is 21 juni. Een persoonlijk gesprek met de initiatiefnemer maakt onderdeel uit van de selectieprocedure. Heeft u na het lezen van alle informatie nog vragen? Neem dan contact op per e-mail: meedoen@oranjefonds.nl. Of bel naar 030 – 6564524 tijdens het telefonisch spreekuur op maandagen van 15:00 tot 17:00 uur, woensdagen van 10:00 tot 12:00 uur en vrijdagen van 10:00 uur tot 12:00 uur.

Toename armoede mensen met een beperking.

De armoede onder mensen met een beperking nam de afgelopen jaren sterk toe in Nederland. Zowel in 2015 als in 2016 zakte de koopkracht van deze mensen fors – tot soms 12 % daling. Voor mensen zonder een beperking steeg de koopkracht tot ruim 2%. Ook voor 2015 bleek al dat sprake is van een groeiende inkomensongelijkheid tussen mensen met en zonder een beperking.

De koopkrachtdaling tot soms -12% in 2015 en 2016 – wordt ten eerste veroorzaakt door de invoering van de hoge verplichte eigen bijdragen voor WMO of WLZ  (soms wel meer dan 800 euro per maand voor zorg thuis), ten tweede door het hogere eigen risico voor de ziektekosten (375 euro per jaar) en tot slot door de gelijktijdige beperking om ziektekosten af te trekken voor de belasting. Het onderzoeksinstituut Nibud rekende dit uit op verzoek van belangenorganisatie IederIn, zie: www.iederin.nl

Omdat de koopkracht van werkenden en uitkeringsgerechtigden zonder chronische ziekte of beperking wel stegen, groeit de inkomensongelijkheid in Nederland. Die kloof in inkomensontwikkeling neemt al sinds het jaar 2000 gestaag toe. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek CBS.

Het CBS houdt bij wat de inkomensontwikkeling is (netto besteedbaar inkomen per gezinslid) voor huishoudens met en zonder iemand met een uitkering wegens beperking/chronische ziekte. Het besteedbaar inkomen van huishoudens zonder een uitkering op grond van ziekte/handicap was in 2000 gemiddeld 17500 euro per jaar en in 2014 24100 euro. Voor huishoudens met iemand met een Wajong-uitkering was het netto besteedbaar inkomen 11700 euro in 2000 en 13400 euro in 2014.

In euro’s gemeten groeide de inkomenskloof van 5800 euro verschil in netto inkomen in 2000 tot 10700 euro in 2014. In procenten gemeten heeft een huishouden met een Wajong uitkering in 2014 slechts 58% van het gemiddelde inkomen van mensen zonder een handicap.