Stichting Armoedefonds organiseert Fondsenwervingdag

Stichting Armoedefonds organiseert Fondsenwervingdag

Stichting Armoedefonds helpt met steun van haar donateurs en giftgevers, lokale organisaties en initiatieven die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding of het verzachten van de gevolgen van armoede in Nederland.

In 2014 startte deze stichting met een fondsenwerving onder met name particulieren. Afgelopen voorjaar hebben wij een eerste toekenningsronde georganiseerd. Daarvoor was het fonds achter de schermen druk bezig met het verzamelen en beoordelen van de vele aanvragen die wij ontvingen. Met als uitkomst dat 25 projecten/initiatieven een bijdrage krijgen toebedeeld. De komende weken krijgen al deze toekenningen een plaats op de website.

Save the date – 17 november Op die dag vindt in het Maasgebouw, Kuip in Rotterdam de 10e Vakdag Fondsenwerving plaats. Speciaal voor organisaties actief op het gebied van armoedebestrijding heeft deze organisatie een apart informatief programma in de ochtend. Daarna kunt u zich op de beursvloer verdiepen in de wereld van fondsenwerving. U kunt o.a. presentaties en rondetafelsessies bijwonen en kennismaken met medewerkers van andere goede doelen tijdens de netwerkborrel. De plaatsen zijn beperkt dus vol=vol.

Verband jeugdzorg en bijstand staat vast

Jongeren in de jeugdzorg hebben grotere kans om in de Wajong of later in de bijstand terecht te komen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Planbureau. Gemeenten kunnen daar iets aan doen. Lees hier meer over dit onderzoek.

Den Haag saneert schulden van jongeren


Den Haag saneert schulden van jongeren



Mooi initiatief van Den Haag. Niet de eerste. Eerder in mei ook al in het nieuws: gemeente Leiden helpt jongeren met schulden. En nog eerder: Breda gaat schulden jongeren saneren. Tijdens het Divosacongres verzorgt Martin Schut samen met Breda een workshop o.a. hierover.

Een schuldregeling voor deze doelgroep is lastig, omdat studiefinanciering niet als inkomen geldt. Daarnaast stellen schuldeisers meestal dat de jongere nog een heel leven voor zich heeft en daarom best wat langer en meer kan aflossen. Het overnemen van een groot deel van de schulden vormt dan één van de oplossingen. Maar dan wel met de voorwaarde dat de jongere zijn stinkende best doet om zijn schulden af te betalen – in euro’s of in natura.

Opvallend is dat sommige gemeenten ervoor kiezen om de aflostermijn op te rekken naar soms wel 15 jaar. Dat is langer dan gebruikelijk dus daar moet je als jongere wel goed over nadenken. En dat is vooral ook een bestuurlijke keuze.


Wil je ook helpen de Armoede in Utrecht aan te pakken? Wij spreken graag verder met je over de mogelijkheden de Armoedecoalitie te ondersteunen. We horen graag van je!

Neem contact op

Schuldenaar mag later terugbetalen

Mensen met zware schulden krijgen een adempauze van maximaal een half jaar waarin ze even geen rekeningen hoeven te betalen.
Op deze manier moet er voor worden gezorgd dat een hulptraject meer kans van slagen heeft.
Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken) en minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) hebben de Tweede Kamer op de hoogte gesteld van hun plan waarmee het incasseren van schulden even in de pauzestand wordt gezet. Daarvoor hebben zij overleg gevoerd met de belangenbehartigers van schuldhulpverleners, gerechtsdeurwaarders, de VNG en de vier grote steden. Het is de bedoeling dat de praktijk op 1 januari volgend jaar verandert.
Volgens Klijnsma kan het soms nodig zijn om een pauze in te lassen als mensen diep in de financiële zorgen zitten. Als schuldenaren geen aanmaningen of telefoontjes krijgen van bedrijven die vragen waar hun geld blijft, geeft dat tijd om overzicht te krijgen hoe er op een realistische manier kan worden terugbetaald.

Armoede laten zien maakt mensen guller

Beelden van arme Afrikaanse tieners en ploeterende Chinese fabrieksarbeiders. Zorgen dergelijke beelden ervoor dat we meer geld geven aan goede doelen? Frank Hubers onderzocht het voor zijn proefschrift: “We weten nu dat het werkt.” 

Organisaties investeren miljoenen in campagnes met beelden van arme mensen Maar er is eigenlijk weinig bekend over in hoeverre dit soort beelden ook werkelijk effectief zijn. Zorgen ze ervoor dat we meer geven? Om hier meer over te weten te komen, ben ik als onderdeel van mijn promotieonderzoek een samenwerking aangegaan met de non-profit organisatie ‘Movies that Matter’. Lees hier meer over zijn onderzoek.

 

Opgroeien in armoede

In 2014 leefden 421.000 kinderen in een gezin met een laag inkomen, meldt het CBS. Deze gezinnen moeten van zo weinig geld rondkomen, dat bijvoorbeeld nieuwe kleren, op vakantie gaan, sport en muziekles niet vanzelfsprekend zijn. Dit komt neer op 12 procent van de kinderen. Van hen waren er 131.000 die al vier jaar of langer in zo’n situatie zaten.
Het aantal gezinnen stijgt sinds 2010, toen de gevolgen van de economische crisis goed merkbaar werden. In de jaren daarvoor was er een daling. Het aantal kinderen dat van een laag inkomen moet leven, is nu terug op het niveau van 2005.
Het CBS spreekt zelf niet over ‘armoede’, omdat dat een subjectief begrip is en omdat er veel afhangt van persoonlijke omstandigheden. In plaats daarvan gebruikt het CBS termen als ‘een laag inkomen’ of ‘kans op armoede’. De grens is afhankelijk van de gezinssamenstelling: voor een stel met twee kinderen lag de lage-inkomensgrens in 2014 op 1920 euro netto per maand.
Verschil per provincie
Het CBS bracht ook de verschillen per provincie in kaart. De ‘rijkste’ provincie is Utrecht (9,9 procent van de kinderen leeft daar van een laag inkomen), de ‘armste’ is Zuid-Holland (14,5 procent). In Rotterdam is het probleem het grootst: daar gaat het om één op de vier kinderen. Enkele cijfers binnen de provincie Utrecht:
Utrecht (13,8%)
Zeist (11,6%)
Veenendaal (11,2%)
Soest (10,4%)
Nieuwegein (10,3%)
Amersfoort (10,1%)
Houten (5,5%)
Bunnik (4,7%)
Leusden (4,2%)
Als de bevolking wordt verdeeld naar herkomst, zijn de verschillen nog groter. Van alle kinderen met een niet-westerse achtergrond moet 33 procent rondkomen van een laag inkomen. Dat aantal is vier keer zo hoog als in autochtone gezinnen.

In de versnelling van je schulden af

Op 21 april 2016 vond de kick-off van het Utrechtse Versnelfonds plaats. Dit fonds wil een bepaalde groep schuldenaren – mensen met een verslaving, laag IQ, psychosociale problemen en analfabeten of minder mondigen – ondersteunen bij het versneld aflossen van hun schulden. Hulpverleners komen namelijk bij vaak niet verder bij het oplossen van hun schulden of een andere financiële problemen. Dit levert vaak hoge maatschappelijke kosten op. Denk bijvoorbeeld aan de kosten voor huisuitzetting en/of maatschappelijke opvang.

Het Versnelfonds vormt een initiatief van de Tussenvoorziening in samenwerking met de Goede Gieren. Klik hier voor meer informatie.

Wat werkt bij de aanpak van armoede

Het nieuwste dossier in de serie Wat Werkt bij … vermeldt de meest recente inzichten vanuit onderzoek en praktijk naar werkzame factoren in de aanpak van armoede. Sinds de economische crisis is armoede in Nederland met ruim een derde gegroeid en staat volop in de schijnwerpers.

Armoede wordt doorgaans gezien als een situatie waarin het inkomen van een huishouden onder een minimaal maatschappelijk aanvaardbare grens is gezakt. Maar tegenwoordig beschouwen steeds meer beleidsmakers armoede als een breder probleem van maatschappelijke participatie en sociale uitsluiting.

In het dossier wordt antwoord geven op de vraag wat overheden, professionals en burgers zelf kunnen doen om armoede op een succesvolle wijze te voorkomen en aan te pakken.

Dit dossier is onderdeel van een serie Wat werkt bij dossiers. Een overzicht van deze dossiers is te vinden op: www.movisie.nl/weten-wat-werkt.

Geef armoede een gezicht, doe mee met het Rollende Resto!

Wie zoeken we?
Wij zijn op zoek naar ervaringsdeskundigen in armoede die met het Rollende Resto* op pad willen.

Wat ga je doen?
Door met het Rollende Resto de wijk in te trekken maak je contact met mensen. Je vertelt op je eigen manier aan wijkbewoners wat het is om in armoede te leven. Zo krijgt armoede een gezicht. Door in de wijk aanwezig te zijn, krijgt iedereen de kans om contact te maken. Zo willen we ook mensen bereiken die in armoede leven en nog niet de weg weten naar hulp.

Hoe kun je meedoen?
Heb je interesse? Meld je aan voor de kennismakingsbijeenkomst op 11 april:
E-mail:   Tilly Prinsen: tillyoba@yahoo.com
Tonio Bozelie:  toniobozelie@gmail.com
Tel:         030-2328831 (11:00 tot 15:00 uur maandag t/m vrijdag)

De bijeenkomst start om 16:00 uur bij buurthuis de Oase, Cartesiusweg 11 (vlakbij station Zuilen).

* Rollende Resto’s zijn eettafels, aangedreven door meerdere fietsers. In dit project worden ze niet (zoals gebruikelijk)  ingezet als minirestaurant, maar als plek om elkaar te ontmoeten en informatie te delen.

‘Ik ben altijd bang dat mensen het aan me kunnen zien’

Ervaringsverhalen uit de Volkskrant van 1 maart:

Els (67), Utrecht, twee kinderen 1.000 euro per maand

Als Els (67) uit Utrecht haar handen wast, vangt ze het gebruikte water op. ‘Dat gooi ik dan later in het toilet. Als ik zuinig kan zijn, dan doe ik het. Het is een manier van leven geworden.’

Als kind leerde Els al wat armoede was, en hoe met weinig te leven. Het lukte haar ziekelijke vader nauwelijks om aan het werk te blijven. Het gezin met zeven kinderen leefde van wat toen ‘de steun’ heette. ‘Honger hadden we niet. M’n moeder wist van nauwelijks iets al een stamppotje te maken.’

Haar lagere school heeft ze niet afgemaakt. Op haar veertiende ging ze uit werken, in het huishouden bij artsen. Op haar achttiende trouwde ze. Al snel kreeg ze twee kinderen. Net 21 jaar oud was ze toen haar man tegen haar zei: ‘Ik heb een ander, we gaan scheiden. Ga maar naar de bijstand.’

Als bijstandsmoeder voedde ze haar kinderen op. Hoe je met zuinigheid armoede kunt doorstaan, dat had ze thuis bij haar eigen moeder gezien. Els zette haar levenswijze min of meer voort. ‘Pannenkoeken en patat bakken, dat is leuk en goedkoop. Maar op vakantie ging ik niet met de kinderen. Ik heb ook nooit auto leren rijden. Ik kon jaloers zijn als ik de buren met hun gezin zag vertrekken, op weg naar het avontuur.’

Soms voelde ze zich minderwaardig dat ze van de bijstand leefde. ‘Ik had het gevoel dat mensen me er op aankeken. En ik heb schaamte gevoeld dat ik mijn kinderen niet alles heb kunnen geven.’

Het was krap. Kwam er een rekening binnen die hoger was dan verwacht, dan voelde ze tranen van wanhoop opkomen. ‘Je hebt nooit een reserve, elke niet-voorziene uitgave is een probleem. Ik wist niet hoe ik er uit moest komen. Ik had nooit bedacht wat ik wilde worden later, behalve zangeres. Ik had het gevoel dat ik niets kon, zonder diploma’s.’

Toen ze tegen de veertig liep en de kinderen wat groter werden, kreeg ze een gesubsidieerde baan als assistente gezondheidszorg in verschillende ziekenhuizen. ‘De Melkert-baan, zoals die toen heette, heeft voor mij de deur opengezet’, zegt ze. ‘Ik werd weer wat meer mens. Als je alleen thuis zit, ga je je eenzaam voelen en jezelf verwaarlozen. Toen had ik even niet meer het gevoel dat ik bij de armen hoorde en dat er op me werd neergekeken. Ik verdiende mijn eigen geld.’

Na tien jaar werken hield de Melkertbaan op te bestaan en belandde ze, tegen de vijftig inmiddels, weer in de uitkering. Ze is vrijwilligerswerk gaan doen, zo kookt ze soms voor de bezoekers van het Utrechtse inloopcentrum Wegwijs. ‘Dat is het belangrijkste, om onder de mensen te blijven’, zegt Els.

Het was voor haar een opluchting om 65 te worden. ‘Nu ontvang ik pensioen. Ik hoef me niet meer te verantwoorden.’

Dat haar zoon en dochter wel hun school hebben afgemaakt en een baan hebben, maakt haar blij. Ze is de schaamte voorbij, zegt ze. En ze weet niet beter dan dat ze weinig te besteden heeft. ‘Als ik nu meer geld zou hebben, zou ik niet eens meer weten wat ik ermee zou moeten doen.’

Alina Heij (37) Tilburg, drie kinderen 924 euro per maand

Het kost maar 50 euro, het weekendje voetbalkamp van haar zoon, maar daar kan Alinda Heij een halve week van eten. ‘Misschien wel een hele, als ik heel creatief ben’, zegt ze.

Toch wil ze het hem niet ontzeggen, dus leeft ze die week ‘wat creatiever’. Alinda moet samen met haar pubers van 16, 14 en 13, alle drie met een lichte verstandelijke beperking, rondkomen van een bijstandsuitkering. Dat doet ze al ruim acht jaar. ‘In het begin denk je veel zelf te kunnen oplossen. Maar je dicht het ene gat met het andere, en zo bouw je schulden op.’

Heij heeft drie jaar in de schuldsanering gezeten en liep bij de voedselbank. ‘Ik heb me de ogen uit mijn hoofd geschaamd. Het was zo’n leeg schoolgebouw, waar heel groot ‘voedselbank’ op staat. Dan ben je je heel erg bewust van het feit dat je met twee lege tassen naar binnen gaat en met twee volle naar buiten komt. Maar als je ziet hoeveel mensen in de rij staan, besef je hoe goed het is dat het bestaat. Bovendien kom je elkaar ook op andere plekken tegen. Die schaamte is gewoon niet houdbaar.’

Als vrijwillig gastvrouw bij Emancipatie Expertise Centrum Feniks spreekt Heij veel vrouwen die in dezelfde situatie zitten. ‘Er is bijvoorbeeld een Marokkaanse vrouw die zich zo gigantisch schaamt dat ze niet naar de voedselbank durft. Ik snap je gevoel, zei ik. Maar je hebt er recht op, en dat is niet zomaar.’

Ze vindt het vooral lastig voor haar kinderen. ‘Je moet vaak nee zeggen. Als je met z’n vieren naar de Efteling wil, ben je zelfs met korting al gauw 100 euro kwijt. Dan denk ik, laat maar zitten.’ Ze zijn nog nooit op vakantie geweest. Gelukkig snappen haar kinderen de situatie en vragen ze weinig. ‘Ze zijn ermee grootgebracht.’

Toch komen er altijd weer extra kosten om de hoek. Beugels voor haar twee oudsten, bijvoorbeeld, die niet helemaal gedekt worden door de collectieve zorgverzekering via de gemeente. ‘Dan heb je weer een afbetalingsregeling hier, eentje daar… En mijn zoon moet soms nieuwe voetbalschoenen. Gelukkig heb je tegenwoordig allemaal Facebookpagina’s waar dingen gratis worden weggegeven.’

Hoewel ze zich niet meer schaamt voor haar situatie, loopt ze er ook niet mee te koop. ‘Ik ben altijd bang dat mensen het aan me kunnen zien. Dan doe ik me toch beter voor, verberg mijn zorgen. Ik volg bij Feniks een cursus ‘Vrouwen nemen de leiding’. Als afsluiting gaan we samen eten, en dan zorg ik gewoon dat ik het geld heb. Ik vind het lastig te zeggen dat ik het niet kan betalen.’

Heij wil best werken, maar is lichamelijk overbelast. Daarnaast wil ze ’s middags thuis zijn voor haar kinderen en het vele bezoek van de hulpverlening. Af en toe spreekt ze met de gemeente over hoe ver ze is en wat ze kan, en inmiddels heeft ze zicht op een beter inkomen bij de sociale werkvoorziening De Diamant-groep.

Ondertussen is ze blij met haar vrijwilligerswerk. ‘Zonder had ik me geen raad geweten. Je hebt structuur nodig, moet de deur uit. Anders komen de muren op je af en zit je alleen maar te piekeren.’