Vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen kruisten gisteravond tien politieke partijen de degens over de thema’s ‘voldoende leefgeld’, ‘schuldenproblematiek’ en ‘kansen voor kinderen en jongeren’. Ruim 120 bezoekers woonden de avond bij en reageerden kritisch op de uitspraken van de debatterende partijen. Ter afsluiting ondertekenden de aanwezige partijen het Sociaal Akkoord. Met dit breed ondersteunde sociaal akkoord wil de Armoedecoalitie Utrecht1 bewerkstelligen dat het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting een essentieel onderdeel wordt van het nieuw te vormen collegeakkoord.

 In debat

“Gemeente en hulpverleners zouden niet tegenover, maar naast burgers met een laag inkomen moeten staan”. “Instanties zouden vanuit vertrouwen en niet vanuit wantrouwen moeten handelen”. Deze en andere geluiden waren gisteravond te horen tijdens het verkiezingsdebat over de thema’s ‘voldoende leefgeld’, ‘schuldenproblematiek’ en ‘kansen voor kinderen en jongeren’.

In drie rondes stonden VVD, GL, CU en PvdD, D66, Student & Starter en PvdA, en als laatste Stadsbelang, CDA, en SP in de arena van het Vorstelijk Complex. Per ronde werden de thema’s telkens ingekleurd door persoonlijke verhalen van ervaringsdeskundigen, mensen die aan den lijve ondervinden hoe het is om te leven van een kleine beurs.

Het verkiezingsdebat was een initiatief van de Armoedecoalitie Utrecht. Vertegenwoordigers van dit platform, ervaringsdeskundigen op het gebied van armoede en aanwezigen in de zaal gaven hun – soms ongezouten – mening op de reacties van de partijen.

Aan het einde werd het ‘Sociaal Akkoord’ gepresenteerd: een manifest met actiepunten op het gebied van de drie thema’s. Alle aanwezige partijen conformeerden zich door ondertekening aan dit akkoord. Daarmee gaven zij aan zich in te willen zetten het armoedebudget mee te laten groeien met het aantal mensen in armoede, en de vraagstukken die dat voor de stad met zich meebrengt.

Armoede in Utrecht

Zo’n 25.000 huishoudens in de stad moeten rond zien te komen van een laag inkomen (<125% wettelijk sociaal minimum). Een deel lukt het om de eindjes aan elkaar te knopen, een deel slaagt er niet of nauwelijks in het hoofd boven water te houden. In Utrecht behoort inmiddels 18% van de inwoners tot de minima. Volgens het CBS nam de groep die vier jaar of langer in armoede leeft de afgelopen jaren ook nog eens toe.

De 9.900 kinderen die opgroeien in deze gezinnen hebben daardoor minder kansen om mee te doen aan bijvoorbeeld sport, school, sociale of culturele activiteiten. Thuis is er weinig geld voor nieuwe kleren, verwarming, internet of iedere dag een warme maaltijd. Ter informatie: het gaat gemiddeld om 4 à 5 kinderen in een schoolklas. Bovendien vormen onverwachte uitgaven zoals een gestolen fiets, versleten schoenen of kapotte wasmachine telkens weer forse (financiële) problemen voor hun ouders.