Gemeenten weten vaak te laat van schulden burgers

Gemeenten moeten sneller op de hoogte worden gebracht als een inwoner betalingsproblemen heeft. En als de schuldenaar in kwestie geholpen wil worden, dienen zij ook automatisch de beschikking krijgen over al zijn of haar gegevens. Dat schrijft staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) in een woensdag gepubliceerd conceptwetsvoorstel. Ze wil daarmee bereiken dat minder mensen diep in de schulden wegzakken.

 

Op dit moment is het nog zo dat mensen zelf naar de gemeente moeten stappen als ze hulp willen bij het oplossen van hun schulden. Dikwijls wachten schuldenaren daar lang mee, zodat de betalingsachterstanden flink oplopen. Bovendien moeten mensen in een hulpverleningstraject zelf allerlei informatie aanleveren. Dat is voor “minder redzame” burgers moeilijk, aldus Van Ark.

 

De staatssecretaris wil woningcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven verplichten voortaan aan de bel te trekken als een klant ondanks aanmaningen zijn rekeningen niet betaalt. Verhuurders moeten dat na twee maanden doen, water- en energiebedrijven na drie maanden en zorgverzekeraars na vier maanden. Een schuldenaar wordt benaderd door de gemeente, als er van twee partijen waarschuwingen zijn binnengekomen over deze persoon.

 

Iemand die instemt met hulp, gaat er meteen mee akkoord dat de gemeente allerlei persoonlijke gegevens mag inzien over zijn financiële situatie. Die informatie moet aangeleverd worden door onder meer de Belastingdienst, zorgverzekeraars, deurwaarders, het Centraal Justitieel Incassobureau, het UWV en het Bureau Kredietregistratie (BKR). Uiteindelijk wil de staatssecretaris dat gemeenten alle gegevens bij één “overheidsknooppunt” kunnen opvragen.

 

Zij hoopt de wet volgend jaar in te kunnen zetten. Voor die tijd gaat ze het voorstel nog ter controle bij de Autoriteit Persoonsgegevens neerleggen. Zo’n 540.000 huishoudens in Nederland hebben problematische schulden. 193.000 krijgen hulp bij het aflossen van hun schuld, die gemiddeld 40.000 euro bedraagt. Bron: NCR 21 februari 2019.


Terug naar nieuws