Hoezo kinderarmoede in Nederland?

Ook in Nederland leven nog heel wat kinderen in armoede. Dinsdag sluiten negentig partijen uit het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en gemeentes een ­alliantie tegen kinderarmoede. Het initiatief  is opgezet door Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Missing Chapter Foundation en Alles is ­Gezondheid. Hun doel: in 2030 geen kinderarmoede meer in Nederland.

In Nederland leven 277.000 kin­deren en jongeren in armoede, aldus het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De afgelopen jaren daalt dat ­cijfer slechts langzaam. Waarom is er nog kinderarmoede in Nederland?

 

"Kinderen zijn niet arm. Hun ­ouders zijn arm”, zegt Cok Vrooman, armoededeskundige van het SCP en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Tot nu toe is er in Nederland veel gedaan om de gevolgen van ­armoede te beperken. Door bijvoorbeeld het aanbieden van muzieklessen, sportclubjes of een computer aan kinderen in armoede. Maar dit lost het armoedeprobleem niet op, stelt hij.

Om armoede te bestrijden is het volgens Vrooman logisch om te kijken naar het inkomen van ouders en de uitgaven die ze doen. Ouders hebben geen werk, kunnen niet genoeg uren maken, verdienen te weinig per uur of hebben bijzondere uitgaven, bijvoorbeeld door ziekte. Volgens Vrooman moet voor verschillende thuissituaties bekeken worden hoe armoede structureel kan worden aangepakt. “Kijk naar de oorzaken van een te laag inkomen. Voor een eenoudergezin werkt de ene oplossing, waar diezelfde oplossing voor een gezin met licht verstandelijk beperkte ouders niet ­effectief is.”  Hij benadrukt dat het voor kinderen belangrijk is dat zij ook echt onderwijs volgen op het niveau dat ze aankunnen, want dat is voor hun latere leven doorslaggevend.

Altijd eten

Van Schaik groeide op in een Brabants dorpje. Haar vader raakte op haar vierde werkloos. Er was wel altijd eten op tafel, hoewel de ene keer meer dan de andere keer. “Mijn ouders hebben het fantastisch gedaan”, vindt Van Schaik. Ze probeerden haar erbuiten te laten. Maar ’s avonds in bed hoorde ze ­genoeg door het dunne plafondwandje dat haar slaapkamer scheidde van de woonkamer.

Na de middelbare school verhuisde Van Schaik met haar toenmalige man naar Utrecht. Toen ze van hem scheidde, raakte ze diep in de schulden. Vijf jaar lang zat ze met haar nieuwe man in de schuldsanering en kregen ze 50 euro leefgeld per week om de boodschappen van te betalen. Later leefde Van Schaik nog lange tijd op bijstandsniveau.

Op 38-jarige leeftijd volgde Van Schaik een mbo-opleiding tot ervaringsdeskundige. Ze zette een kledingbank en een sociale supermarkt in Utrecht op. Hier kunnen mensen met weinig of geen inkomen goedkopere boodschappen doen. Een kilo suiker voor 50 cent, een pak thee voor 40 cent.“Ik weet wat mensen nodig hebben.”

Ondiep

Het Plantageplein in Ondiep, waar ze om de hoek woont, betekent veel voor haar. Hier helpt ze mensen die met dezelfde armoedeproblemen rondlopen die zij had. Ondiep is een krachtwijk, veel mensen hebben er een laag inkomen. Buurtbewoners kennen Van Schaik en spreken haar aan met de vraag hoe ze uit de schulden moeten komen. “Dan gaan we hier op een bankje zitten en dan probeer ik advies te geven. We maken ­samen een budgetplan. Of ik verwijs ze door als ik het niet weet.”

Van Schaik vind het lastig om een oplossing voor kinderarmoede in ­Nederland te noemen. Wel heeft ze voorbeelden. Zo vertelt ze hoe ze de gemeente Utrecht adviseerde om opleidingen aan te bieden aan mensen die leven op bijstandsniveau. Zodat ze een kans krijgen op een betere baan.

En heel belangrijk: armoede moet een gezicht krijgen. Het taboe moet eraf. Doordat ik mensen vertelde in welke situatie ik zat, hielpen buurtgenoten mij. Zo brachten ze mij bijvoorbeeld een tas met kleding." Waar haar ouders niet vertelden over hun situatie, doet zij dat wel met haar zoon. Tot zijn dertiende groeide hij op in armoede. "Op de vraag hoe dat voor hem was zei hij: 'Mam, ik heb het eigenlijk nooit gemerkt, omdat we er altijd over hebben gepraat.
 

Alliantie Kinderarmoede

De Alliantie Kinderarmoede zet samenwerkingen tussen verschillende organisaties op om nieuwe oplossingen te bedenken voor de aanpak van kinderarmoede. Elke partij heeft zijn eigen aanpak en kennis. De Alliantie verbindt deze partijen met elkaar, zodat kinderarmoede bij de wortels wordt aangepakt. Bijvoorbeeld door:

- het vroegtijdig signaleren van kinderarmoede door onder andere jeugdgezondheidszorg.

- het bespreekbaar maken van het taboe en de schaamte die op kinderarmoede rusten.

- kinderen te laten praten.

“En heel belangrijk: armoede moet een gezicht krijgen. Het taboe moet eraf. Doordat ik mensen vertelde in welke situatie ik zat, hielpen buurtgenoten mij. Zo brachten ze mij bijvoorbeeld een tas met kleding.” Waar haar ouders niet vertelden over hun situatie, doet zij dat wel met haar zoon. Tot zijn dertiende groeide hij op in armoede. “Op de vraag hoe dat voor hem was zei hij: ‘Mam, ik heb het eigenlijk nooit gemerkt, omdat we er altijd over hebben gepraat’. ”

Zie ook het artikel in De Trouw.


Terug naar nieuws